Transitiemanagement: filosofie
Van TNO transitie wiki
Inhoud |
[bewerk] Transitiemanagement
[bewerk] De cyclus
De basis van het transitiemanagement-denken wordt in de volgende figuur weergegeven. Op dit moment gaan de meeste 'transitiedenkers' uit van een cyclus van 4 fasen, visueel weergegeven in de figuur links. Het betreft de volgend fasen, die elk worden behandeld per specifiek projectdoel (zie hoofdpagina):
- Probleemstructurering en arenabouw
- Coalitie, visie en agendabouw
- Uitvoering via
- Transitie-experimenten
- (Relatief planmatig) beleid
- Marktpartijen (marktsturing)
- Monitoring en adaptie
[bewerk] Achtergrond
Het begrip ‘Transitiemanagement’ introduceren in een paar sheets: dat lukt alleen met sterke simplificaties. U bent dus gewaarschuwd. We gaan in op drie punten:
[bewerk] Begrippen
Drie van de vier onderdelen in het ‘Wiel’ zoomen telkens in meer detail in op onderdelen van de transitie (alle behalve monitoring). Telkens is er sprake van vragen als ‘Wat is het object waar we ons op richten’, ‘Met wie doen we dat’, ‘Waar willen we heen’, ‘Via welk pad’ en ‘Wat voor type resultaat bereik je’. De tabel hiernonder structureert de terminologie op de drie niveaus.
[bewerk] Systeemdenken
Het systeem: multi-actor
Vat een systeem niet te simpel op. Het bestaat niet alleen uit fysieke elementen of personen, maar ook uit cultuur, structuur, relaties, gewoonten, gegroeide praktijken, instituties. Het is, kortgezegd, een socio-technische configuratie met een eigen, inherente dynamiek.
Het systeem: multi-level
Het systeem is ook gelaagd. Eerdergenoemde configuratie is het meso-niveau, of regime: de dominante praktijk. Daarnaast is er het macro-nivo, of ‘landschap’: externe factoren die het regime nauwelijks kan beinvloeden. Tot slot zijn er ‘niches’: velden waarin andere waardemixen worden gevraagd als in het mainstream regime, en die dus min of meer afgeschermde experimenteer-ruimten vormen voor (soms radicaal) alternatieve praktijken.
[bewerk] Systeemverandering
Systeemverandering: multi-fase
Het radicaal veranderen van een dominant regime is geen sinecure. Het landschap én de bestaande organisatie van het regime vormen vaak stabiliserende factoren, die slechts incrementele verandering toelaten. Pas bij een bijzondere samenloop van omstandigheden – druk vanuit het landschap, interne tegenstellingen in of negatieve externalititeiten van het regime, en sterke alternatieven in niches – treden radicalere veranderingen op. Na een voorontwikkelingsfase breken delen van een nieuw regime door (Take-off), dat in een versnellingsfase het oude regime verplaatst, en uiteindelijk zelf als nieuw regime stabiliseert. Zulke relatief korte, heftige tijden van verandering tussen stabiele perioden vergen een ‘window of opportunity’ waarin een op alle niveaus een kritische massa aan destabiliserende factoren aanwezig is. De totale omslag vergt echter een periode van 1-2 generaties.
[bewerk] Verander-governance
Systeemverandering: multi-type
Er zijn verschillende typen transities. De figuur hiernaast noemt als onderscheidende parameters doelgerichtheid, mate van coördinatie en aggregatie. Verder lijkt van belang of een transitie via het bestaande regime loopt (bijvoorbeeld: DSM die zich transformeert van kolenbedrijf naar life sciences), of dat dit na een ‘omtrekkende beweging’ door nieuwe spelers omvergeworpen wordt (b.v. luchtvaart verplaatst zeevaart in intercontinentaal personentransport).
Governance van verandering: multi-change
Voor ons zijn vooral doelgerichte, gecoördineerde transities interessant. Soms is verandering mogelijk door (indicatieve) planning, of aanpassing van markt-regels (Hierarchies en Individualistisch). Vaak is de complexiteit, onzekerheid, autonomie van spelers en tijdshorizon te groot, en is een fundamenteel nieuwe sturings-strategie nodig gericht op leren (Egalitair). Tot slot zijn er ook situaties waarin het systeem zo vast zit dat elke vorm van coördinatie illusoir is (Fatalistisch). Het is essentieel dat sturingsstrategie en situatie matchen. Wij richten ons hier vooral op de Egalitaire strategie, omdat die gezien het karakter van transities meestal het beste zal passen.
Tools







