Monitoring
Van TNO transitie wiki
Hoofdpagina → Toolbox → Monitoring
Inhoud |
[bewerk] Kern
Monitoring geeft antwoord op de volgende vraag:
- Als we het product of beleidsconcept op grote schaal inzetten, voldoet het dan wel aan de behoeften c.q. lost het dan het probleem wel op? Met andere woorden: halen we onze doelen wel?
[bewerk] Doel en toepassingen
Om te kunnen toetsen of en in hoeverre commerciële doelen en beleidsdoelen bereikt worden, zijn meetbare indicatoren nodig. Voor commerciële doelen kan men de zogenoemde Key Performance Indicators, zoals bijvoorbeeld de omzet en marktaandeel hanteren. Voor beleidsdoelen zijn per beleidsveld andere indicatoren nodig. Deze indicatoren kunnen ontwikkeld worden met behulp van het analysesysteem ‘DPSIR’, dat de oorzaken en gevolgen van het al dan niet halen van doelen beschrijft. Met behulp van deze analyse kunnen indicatoren worden afgeleid die een signaalfunctie en een ‘early warning’ functie hebben, zodat overheden reeds gewaarschuwd zijn voordat blijkt dat het doel niet is gehaald. Dan is er nog tijd om maatregelen te treffen.
[bewerk] Meerwaarde
Indicatoren zijn een geschikt hulpmiddel voor overheden die geconfronteerd worden met de VBTB (het rijksoverheidstraject van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording) c.q. met verantwoording van uitgaven. Met behulp van indicatoren kan men immers de omvang van beleidsprestaties meten. ‘Early warning’ indicatoren zijn nuttig voor iedereen die vroegtijdig geïnformeerd wil worden over of en in hoeverre beleidsdoelen daadwerkelijk bereikt worden. ‘Early warning’-indicatoren stellen beleidsmakers en bestuurders in staat om in te grijpen, nog voordat blijkt dat het doel niet bereikt is. Het is dus speciaal bedoeld voor overheden die pro actief willen handelen. Indicatorenontwikkeling met behulp van de DPSIR-methode is toepasbaar op alle beleidsvelden, zoals waterbeheer, milieubeheer, sociale veiligheid, volksgezondheid, woningbouw etc.
[bewerk] Uitvoering en resultaat
Het ontwikkelen van indicatoren voor een bepaald beleidsthema begint met het formuleren van het beleidsdoel in meetbare eenheden. Vervolgens worden de informatiebehoeften ten aanzien van oorzaken en gevolgen geïnventariseerd. Dit doen deskundigen in samenwerking met de beleidsmakers en -uitvoerders in het betreffende beleidsveld aan de hand van het DPSIR-schema. Door indicatoren op basis van informatiebehoeften te ontwikkelen, wordt voorkomen dat zaken gemonitoord worden waar niemand iets aan heeft.
Binnen het DPSIR-systeem wordt onderscheid gemaakt tussen de Driving forces, Pressures, State, Impacts en Responses. De analyse begint bij de state, dat is bijvoorbeeld de toestand van het watersysteem, omdat de beleidsdoelen hierover gaan. Een beleidsdoel is bijvoorbeeld een bepaalde kans op wateroverlast. De driving forces zijn sociaal-economische ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei en economische activiteiten, die de oorzaak kunnen zijn van het al dan niet halen van een beleidsdoel. De driving forces leiden tot een bepaalde druk op het watersysteem, de pressure, zoals bijvoorbeeld kg nitraatemissie per m3 water. De impacts zijn de maatschappelijke gevolgen van het al dan niet halen van een doel, zoals bijvoorbeeld natuurbaten of waterschade (=kosten). De responses zijn de reacties van actoren op de gevolgen en op oorzaken van het niet halen van een doel, zoals bijvoorbeeld nieuw beleid, maatregelen of wetgeving (zie figuur 1).`
Aangezien er voor veel beleidsvelden al indicatoren voor pressure en state worden gemonitord, is het interessant om speciale aandacht te richten op het identificeren van meetbare indicatoren voor de maatschappelijke driving forces, de impacts en responses. Het gaat hierbij om sociaal-economische indicatoren, die een signaalfunctie en/of een ‘early warning’-functie hebben voor het beleid. Er is sprake van een sociaal-economische indicator wanneer zij iets zegt over de mens: over de gevolgen van menselijke activiteiten voor bijvoorbeeld het watersysteem, over de gevolgen van veranderingen in het systeem op de menselijke welvaart (in materiële en inmateriële zin) en over de reactie van de mens op deze gevolgen. Een indicator heeft een signaalfunctie wanneer er een duidelijk verband is tussen de indicator en het al dan niet halen van het beleidsdoel. Wanneer de indicator ook nog eens vroegtijdig, dat wil zeggen nog voordat de toestand van het systeem (bijvoorbeeld het watersysteem)dit laat zien, signaleert dat het beleidsdoel wel of niet gehaald gaat worden, spreken we van een ‘early warning’-indicator. De DPSIR-methode is hier speciaal voor bedoeld.
Tools

