Innovatie Gedragsmodel
Van TNO transitie wiki
Hoofdpagina → Toolbox → Innovatie Gedragsmodel
Inhoud |
[bewerk] Kern
Het Innovatie Gedragsmodel (IGM) is in belangrijke mate gebaseerd op de The Theory of Planned Behavior en operationaliseert deze theorie. Met behulp van schriftelijke dan wel digitale enquêtes (internet) wordt een informatie verzameld omtrent een groot aantal achtergrondvariabelen ten aanzien van innovatiegedrag. Na statistische analyses wordt het innovatiegedrag van bedrijven, organisaties en sectoren uiteindelijk verklaard op basis van:
- Houding ten opzichte van innovatie;
- Sociale druk;
- De mate van controle over aspecten van innovatie zelf.
[bewerk] Doel en toepassingen
Het doel van de methodiek is inzicht te verkrijgen in de mate waarin een bedrijf, organisatie of sector bereid is te innoveren. Dit biedt aanknopingspunten voor innovatiebeleid en het monitoren van resultaten van het innovatiebeleid.
IGM wordt ingezet bij vraagstukken waarbij het van belang is de bereid van bedrijven, organisaties en sectoren om te innoveren, te analyseren, te begrijpen en te voorspellen.
[bewerk] Meerwaarde
- Het IGM is een wetenschappelijk onderbouwde en in de praktijk getoetste operationalisatie van de Theory of Planned Behavior;
- Het IGM geeft op gestructureerde wijze inzicht in het gewicht en de samenhang tussen die aspecten die de bereidheid om te innoveren bepalen;
- Het IGM biedt aanknopingspunten voor innovatiebeleid op bedrijfs-, organisatie- en sectorniveau en voor het monitoren van de resultaten van het innovatiebeleid;
- De uitkomsten van de toepassing van het IGM zijn kwantitatief onderbouwd en toetsbaar;
- Relatief goedkope wijze van dataverzameling.
[bewerk] Achtergrond en toelichting
Het IGM is in belangrijke mate gebaseerd op de “The Theory of Planned Behavior”. Deze theorie is ontwikkeld om menselijk gedrag, gericht op een specifieke actie binnen een bepaalde context, te verklaren en te voorspellen. Het IGM vormt een operationalisatie ervan en is ontwikkeld op basis van een studie naar innovatiegedrag van een industriële sector in Mexico ten aanzien van schone productie. Op dit moment wordt IGM toegepast in het Europese project POPA-CTDA: Policy Pathways to Promote the Development and Adoption of Cleaner Technologies.
[bewerk] Uitvoering
Het proces van het IGM is gestoeld op de verzameling en verwerking van data met behulp van enquêtes. Met behulp van enquêtes wordt een informatie verzameld omtrent een groot aantal achtergrondvariabelen ten aanzien van innovatiegedrag. De enquête is opgebouwd uit vijf vragenblokken, waarin, waar relevant, het perspectief van de respondent op de betreffende thema’s centraal staat:
- Algemene bedrijfsgegevens;
- Ontwikkelingsfase van de bedrijfstak of sector;
- Bereidheid tot innoveren;
- Houding en perspectief ten aanzien van sociale druk op en de mate van controle over aspecten van innovatieproces;
- Perceptie t.a.v. ecologische en economische risico’s alsmede marktomstandigheden.
Na verwerking van de verzamelde gegevens en statistische analyses ontstaat er als het ware een innovatie bereidheidschema opgebouwd uit vier niveaus (zie illustratie). Uiteindelijk wordt het innovatiegedrag van bedrijven, organisaties en sectoren verklaard op basis van drie samengestelde variabelen, waarvan het gewicht per bedrijf, organisatie en sector kan verschillen:
- Houding ten opzichte van innovatie;
- Sociale druk;
- Houding en perspectief ten aanzien van sociale druk op en de mate van controle over aspecten van innovatieproces.
Omdat er geen sprake van een participatief proces in de zin van een interactief proces wordt het model in feite toegepast door onderzoekers/adviseurs. Dit laat onverlet het feit dat de resultaten ervan niet zouden kunnen worden teruggekoppeld naar het bedrijf, organisatie of sector, bijvoorbeeld in een Delphi-achtige setting. In zo’n geval zou het Delphi-panel kunnen bestaan uit vertegenwoordigers van het bedrijf, organisatie of sector en andere relevante sleutelpersonen, zoals beleidsmakers.
[bewerk] Resultaat
Het resultaat van de methodiek is inzicht in de mate waarin een bedrijf, organisatie of sector bereid is te innoveren. Dit biedt aanknopingspunten voor innovatiebeleid en het monitoren van resultaten van het innovatiebeleid. Concreet levert het model een wetenschappelijke basis voor operationalisering van gedrag, een handvat voor een vragenlijst, een analyseerbare dataset, analysemethodieken en schema van innovatiegedrag op.
[bewerk] Aandachtspunten
- Te onderzoeken populatie;
- Steekproef of populatie;
- Benadering respondenten;
- Schriftelijke enquête of via internet;
- Opbouw vragenlijst;
- Kennis van statistische technieken;
- Respons, non-respons en scheefheid respons.
[bewerk] Bronnen
Personen binnen TNO
Projecten binnen TNO
Bronnen buiten TNO
- Ajzen, I. (1991), The theory of planned behavior. In: Organizational Behavior and Human Decision Process 50, pp. 179-211
- Montalvo, C.C. (2002), Environmental Policy and Technological Innovation: Why do firms adopt or reject new technologies? Eduard Elger, Cheltenham, UK, ISBN 1840649577, meer informatie (internationaal) (nationaal) .
- www.popa-ctda.net
Tools

